Gezelschapsdieren - Zelf voeding samenstellen
Zowel voor dieren als voor mensen geldt dat vers voedsel gezonder is dan instant
voedsel. Dierenartsen leren tijdens hun studie dat commercieel voer alles bevat
wat dieren nodig hebben en dat mensen niet moeten gaat ´rommelen´ met het eten
van hun huisdieren. Dat levert gevaar op voor tekorten. Daarom blijven veel
dierenartsen ook zo hardnekkig allerlei soorten droogvoer promoten.
Zelf voer maken voor uw hond of kat is echter niet ingewikkelder dan eten klaarmaken
voor uzelf, het vergt alleen wat meer tijd en toch ook wel enige kennis. Daarom
hier een paar richtlijnen om ernstige fouten te voorkomen.
Ik zal de ingrediënten van het zelfgemaakte voer eerst apart beschrijven:
Vlees
Rauw vlees voeren is voor veel mensen iets engs. We hebben altijd geleerd dat
rauw vlees schadelijke bacteriën kan bevatten. Nu blijkt echter dat honden en
katten daar veel minder gevoelig voor zijn dan wijzelf. In het wild eten ze
ook rottende resten van dode dieren en ze begraven ook resten om ze later weer
op te graven en op te eten.
Bij het bereiden van het voedsel moet u er echter wel rekening mee houden dat
u zelf niet besmet raakt. Dus: rauw vlees zo min mogelijk met uw blote handen
aanraken en met mes en vork snijden; bestek en snijplank meteen daarna schoonmaken
en goed uw handen wassen. Eigenlijk moet dat ook doen als u vlees voor uzelf
klaarmaakt.
Voorbeelden van vlees (eiwit) die uw uw huisdier kunt voeren: kip (-filet,
vleugeltjes, nekjes, voor grote honden zelfs een hele kip), lam, rund, ei (gekookt
of rauw), vis (vers of uit blik, rauw of gekookt), cottage cheese of tahoe.
Geen varkensvlees. Varkensvlees kan een virus bevatten waar honden en katten
aan doodgaan. Als u varkensvlees wilt geven alleen gekookt. Overigens bevat
varkensvlees vetten die niet zo gezond zijn, dus kunt het beter vermijden.
Orgaanvlees is erg gezond mits met mate gevoerd. Niet meer dan twee keer per
week kunt u het vlees vervangen door: lamshart, runderhart, -niertjes, kippenlevertjes,
kippenmaagjes, -hartjes of vuile pens oid.
Lever bevat veel vitamine A, dat met name voor de kat erg belangrijk is omdat
die geen vitamine A kunnen maken uit caroteen. Het nadeel van lever is echter
dat het een opslagplaats is voor alle chemicaliën die het slachtdier gedurende
zijn leven binnen heeft gekregen. Dus als u lever voert dan uitsluitend van
biologisch gehouden dieren. Omdat het zoveel vitamine A bevat kunt u er ook
teveel van geven, dus niet vaker dan een à twee keer per week.
Katten die geen lever willen eten moeten regelmatig een eierdooier door hun
eten krijgen of anders een vitaminepreparaat met vitamine A er in.
Kippenbotjes kunnen splinteren maar met rauwe kip valt dat erg mee. Vraag bij
de slager eventueel naar restjes die bij het uitbenen overblijven. Grotere hoeveelheden
kunt u invriezen in porties.
Botten als kippennekjes, ossestaarten of lamsribben mogen met bot en al opgegeten
worden.
Maaltijden waarin vlees of orgaanvlees zit en geen botten, moeten aangevuld
worden met beendermeel als calciumbron of fijngemalen eierschalen of een andere
calciumbron. Bij de drogist zijn allerlei calciumpreparaten te krijgen voor
vrouwen met osteoporose. Let er op dat calciumcarbonaat erg slecht opgenomen
wordt, calciumcitraat of -gluconaat veel beter.
Begin met het vlees klein te snijden en door het groentemengsel te doen, als
ze gewend zijn aan dit eten kunt u ook af en toe een lap vlees geven (buiten!)
om ze lekker te laten kauwen. Dat is goed voor hun tanden.
Met het eten van botten moet u in het begin wat oppassen. Waarschijnlijk moet
het dier er even aan wennen. Een hond of kat die altijd alleen maar brokken
heeft gegeten kan niet ineens overschakelen op veel botten. Begin daarom met
kleine stukjes. Eventueel kunt u een uiteinde even vasthouden om er zeker van
te zijn dat met name honden wel kauwen.
Geef in het begin ook geen botten zonder vlees er aan omdat er dan gemakkelijk
een verstopping kan ontstaan. Als de hond of kat eenmaal gewend is aan het eten
van botten produceren ze sterker maagzuur en kunnen ze veel beter botten verteren.
Als u het voeren van botten erg eng vind moet u het niet doen. Het is niet absoluut
noodzakelijk, hoewel de dieren er erg van genieten.
Groenten
Het tweede hoofdbestanddeel bestaat uit groenten die in een keukenmachine vermalen
worden. Grote delen kunnen onze huisdieren niet verteren. De groenten die ze
in de natuur binnenkrijgen bestaat uit voorverteerde darminhoud.
Alle groenten kunnen er in behalve ui en prei. Bijvoorbeeld: wortels, bloemkool,
broccoli, andijvie, spinazie, boontjes, sla, tomaten, spruiten, kool maar ook
fruit: appels, sinasappel, peer en banaan.
Vooral groene, bladerige groenten en alfalfa bevatten veel calcium en vullen
daardoor het vlees goed aan. Wissel verschillende soorten af.
Overige
In principe zit er in deze twee hoofdbestanddelen + botten (dan wel beendermeel)
alles wat onze huisdieren nodig hebben. We kunnen er echter nog van alles aan
toevoegen om ze af en toe wat extra´s te geven. Bovendien bevat dit eten weinig
licht verteerbare koolhydraten en kunnen ze daardoor afvallen of te weinig energie
binnenkrijgen.
Deze koolhydraten kunnen we toevoegen in de vorm van goed doorgekookte rijst,
granen, graanproducten (macaroni/spagetti) of gekookte groenten of aardappels.
Dieren met maag-darm problemen of allergieën en katten kunnen beter geen granen
of graanproducten krijgen. Restjes van onze eigen maaltijd mogen ook toegevoegd
worden in de vorm van gekookte of anderszins bereide groenten en aardappels.
Ze gelden dan als gemakkelijk verteerbare koolhydraten en je moet er erg mee
oppassen omdat ze gemakkelijk te dik worden. Deze hoeven dan niet gemalen te
worden. Alleen als het niet te vet of te gekruid is.
Verder is het goed het groentemengsel te verrijken met: scheutje plantaardige
olie, vooral lijnzaadolie is erg gezond, visolie, scheut yoghurt of karnemelk
(liefst met bacteriën), een rauw ei, biergist, kelp, knoflook, multivitaminen
en (tuin)kruiden.
Wat betreft multivitaminepreparaten: behalve vitamine A kun je vitamines eigenlijk
niet overdoseren, het teveel wordt heel simpel weer uitgeplast. Het is wel zo
dat synthetische vitaminen over het algemeen veel slechter worden opgenomen
dan natuurlijke en het is ook niet echt nodig. Dus voor alle zekerheid niet
vaker dan twee keer per week geven.
Kruiden: als we toch aan het kokkerellen zijn is het heel simpel om wat gezondheidsbevorderende
kruiden er door te doen. Peterselie bevordert de uitscheiding van urine en werkt
daardoor bloedzuiverend. Is ook erg goed voor nierpatienten. Hetzelfde geldt
voor brandneteltoppen (wel even handschoenen aan!). Als je ze een dag laat liggen
is de "brand eruit".
Tijm helpt tegen ontstekingen en dus bij darmproblemen, huidproblemen en artrose.
Neem tijdens het wandelen af en toe een handvol paardebloembladeren (molsla)
mee en gooi die erdoor (wel even goed wassen!) dat versterkt de weerstand.
Hoeveel van wat?
Katten zijn echte vleeseters, terwijl honden meer alleseters zijn. Katten zijn
ook veel kieskeuriger en kunnen soms moeilijk wennen aan veranderingen.
Geef honden 5 keer per week botten (eventueel gemalen) en verder maaltijden
bestaand uit ¼-½ eiwit, ½ rauwe groente en de rest gekookt. Katten ½-¾ eiwit
en de rest rauwe groente, en als je ze zover krijgt geregeld botten (voor hen
zijn kippennekken en -vleugels het meest geschikt).
De totale hoeveelheid verschilt per dier. Begin met zoveel te geven als een
kat in 10 minuten op kan eten en een hond in vijf minuten en kijk of het over
een langere periode niet te dik wordt en ook niet afvalt.
Richtlijn voor vlees/groentemix: ongeveer 20-30 gr per kg dier.
Voor sommige dieren kan het beter zijn om zowel het vlees als de groente licht
te koken. Dat geldt voor dieren die moeite hebben met de overgang van brokken
naar zelfgemaakt eten maar ook voor een aantal dieren met maag/darmproblemen.
Alleen de botten mogen nooit gekookt worden.
Het is niet echt noodzakelijk dat elke maaltijd alle benodigde vitaminen en
mineralen bevat. Tenslotte geldt dat ook niet voor ons eigen eten. Een echte
goed uitgebalanceerde maaltijd geven is wel belangrijk als je elke dag hetzelfde
geeft, zoals met commercieel voer. Tekorten kun je voorkomen door te variëren.
Variatie is dus erg belangrijk; net als voor ons. U mag best eens een dag alleen
vlees of alleen groente geven of zelfs eens een dag vasten.
Kortom: gebruik uw fantasie en creativiteit, varieer en experimenteer en kijk
hoe uw dieren genieten!!!
|